Theodor Holman

mrt 15

Theodor Holman bij VPRO’s “Boeken” dane Beerling, 11/3/2013
10 maart jl. was Theodor Holman te gast bij Wim Brands in zijn programma BOEKEN bij de VPRO. Aanleiding was de verschijning van Holmans boek “De grootste truc aller tijden” In het gesprek vertelde Holman dat hij nooit geïnteresseerd was in de belevenissen in Indië van zijn ouders, over hun ervaringen tijdens de Japanse bezetting: zijn Hollandse moeder en zijn zusje in een vrouwenkamp en zijn Indo vader tewerkgesteld bij de aanleg van de beruchte Birmaspoorweg. “Vijf jaar zaten ze in de kampen”, aldus Holman. “Ze mochten hun eigen taal niet meer spreken, want Maleis was verboden.”
Jammer dat Holman nooit de moeite heeft genomen om naar zijn moeder en vader te luisteren. Er klopten veel zaken niet in Holmans verhaal, die “vijf jaar” zéker niet en ook niet dat Maleis werd verboden. Het Nederlands werd wél verboden, maar alleen buiten de Japanse kampen en gingen de Europese scholen dicht. In de kampen werd Nederlands dus niét verboden en kon hier en daar les daarin gegeven worden. Rudy Kousbroek bijvoorbeeld had tot zijn grote genoegen in zijn kamp een bibliotheek vol Hollandse boeken.
Er werden in de kampen lezingen en discussies gehouden en zangkoren opgericht die Hollandse liederen zongen, er werden toneelstukken opgevoerd en cabaretvoorstellingen gegeven in het Nederlands. Gelukkig kon dat in de kampen met de ongeveer 170.000 Hollanders en Indo’s.
Er werd in de kampen ook honger geleden en er braken ziekten uit. Er werd daar door de Japanse bewakers geslagen en gemoord. Vreselijk was dat!

Nederlands verboden
Het waren de Indo’s buiten de kampen, zo’n 200.000, die hun taal, dus het Nederlands, niet meer mochten spreken. Lessen werden stiekem gegeven. Maar werd men daarbij betrapt dan volgden gruwelijke straffen. Ook buiten de kampen werd door Japanners geslagen en gemoord. Ook daar leed men honger en braken ziekten uit en stierf men eraan. Toneel? Cabaret? Zangkoren? Daar tidak ada.
Waarom geen Nederlands meer voor de buitenkampse Indo’s? Indo’s waren in de opvatting van Japanners mede-Aziaten en wellicht te vinden voor het Japans Groot Welvaarts Ideaal. Maar dan moest het Nederlands denken, want Nederlands opgevoed en opgeleid, bij deze Nederlands georiënteerde Indo’s wel worden weggepoetst. Deze Indo’s waren in de ogen van de Japanners geschikt voor kaderfuncties in de aanstaande Japans georiënteerde samenleving. Daar verkeken de Japanners zich op: de grote meerderheid van deze Indo’s voelde niet voor samenwerking met de Japanners. De Japanners hadden hun handen vol aan de oorlog met de geallieerden en lieten de Indo’s al gauw aan hun lot over. Het verbod op het gebruik van het Nederlands en Nederlands onderwijs bleef wel gehandhaafd, waarom, na de capitulatie van Japan, veel van de Indokinderen naar ‘herstelscholen’ gingen om de in drieënhalfjaar opgelopen achterstand in te halen.
 
3½ jaar Japanse bezetting
De Japanse bezetting duurde geen vijf jaar, maar ‘al’ na drieënhalfjaar capituleerde Japan en was hun bezetting van het voormalige Nederlands-Indië achter de rug. In Birma kon het gebeuren dat de voormalige Japanse bewakers na hun capitulatie de kleren van hun ex-gevangenen wasten en hun schoenen poetsten, voor zover ze die nog hadden. In Indië werden de Japanners van kampbewakers kampbeschermers tegen de Indonesiërs die op 17 augustus 1945 de Republik Indonesia hadden uitgeroepen en tekeer begonnen te gaan tegen de Hollanders, Indo’s en, vooral, Chinezen. Buiten de kampen konden de Japanners geen bescherming bieden.

Ik mag hopen dat Holmans kinderen wel interesse zullen hebben in hun geschiedenis, maar kennis daaromtrent moeten ze vooral niet bij hun vader gaan halen.

Holman maakte bij Brands de indruk dat Indië nooit een rol heeft gespeeld in zijn leven, maar Brands spotte hem wel tijdens een expositie bij de Indische galerie Indomania. En ooit schreef Holman een Indisch toneelstuk waarin jonge Indischen (Indo’s) de rollen vervulden. Twee jaar geleden, tijdens de herdenking bij Het Indisch Monument in Den Haag, droeg hij een verhaal voor.
Het kan verkeren.
Heel merkwaardig is ook dat Holman voor zijn columns in De Groene Amsterdammer nu al jaren als pseudoniem “Opheffer” gebruikt, geleend van de legendarische G. L. Gongrijp die dat pseudoniem als eerste gebruikte voor zijn commentaren in het Bataviaasch Handelsblad in Nederlands-Indië onder de titel “Brieven van Opheffer”. “Of ik ook van de Ethische Richting ben? Nou, en òf. Welk fatsoenlijk mensch is dat nu  n i e t ! Al zou het alleen wezen om niet onder de achterlijken en de egoïsten gerekend te worden.”, aldus de echte Opheffer in zijn EERSTE BRIEF.
Oud-resident Gongrijp, alias Opheffer, was “ethisch aangelegd” zo schreef hij in zijn TWEEDE BRIEF: “Daar kom je van zelf toe, als je je de beschermer, de vader voelt van de verdrukten Javaan, den stakkerd, van wien de hebzuchtige Hollanders 500 millioen gestolen hebben. Op een goeien dag kreeg ook ik de rilling, die heel Nederland door de leden voer na ‘t lezen van den Max Havelaar.” Over de mensen die niet rilden schreef hij: “Wat ‘n proleten!”

Holman, over de geschiedenis van zijn ouders, concludeert bij Brands tenslotte “Het is een prachtig verhaal.”
De geschiedenis van het voormalige Nederlands-Indië is vooral interessant en ook leerzaam.

Overigens werden honderd van Gongrijps BRIEVEN later in boekvorm uitgegeven. Dat boek, BRIEVEN VAN OPHEFFER, zal hier en daar nog wel te koop zijn, een mooi cadeautje voor Theodor Holmans kinderen.

 

Leave a Reply

*