Judith
mrt22
Judith
Het meisje kijkt en
buiten zijn de anderen,
ook Judith en haar rode bal.
Judith: “Ik ga logeren…”
Hij stuitert keer op
keer en soms heel hoog
en scheurt lijnen in de mist.
bundeltje in de hand
Stil hangt het gordijn
(opzij geschoven), buiten is
de stad en duizend gele sterren.
een nummer op ’n kaart.
Spieg’lend in het raam
de tafel, de lamp die brandt,
de stoel en zij een zwarte klomp.
Judith toen: ‘Ga je mee?’
Zij ging niet mee en nu,
ruim vijftig jaar daarna, hoort ze
weer het stuiteren van de rode bal
en ze ziet dat Judith wuift…
Marmeren vingers glijden
langs haar voorhoofd traag
waarin gegroefd ’n web van lijnen.
… en lacht
onhoorbaar door de auto’s
en de disco nu op nummer 2,
want de tijd kent geen herinnering.
