INDIË IN HET PROGRAMMA “HET KONINKRIJK” (11/9/2015)

sep12

INDIË-GESCHIEDENIS IN PROGRAMMA “HET KONINKRIJK” van 11 september 2015
Dane Beerling, Amsterdam, 12 september 2015
Het programma Het koninkrijk begon interessant vrijdagavond op 11 september, met de uitleg van een jongeman aan Amerika correspondent Eelco Bosch van Rosenthal over wat een indo is. Maar al gauw kwam de slecht Nederlands sprekende Wieteke van Dort in beeld, compleet in sarong en kabaja. “Oh mijn God!” riep ik geschrokken, want vanzelfsprekend verwachtte ik dat ze “Ajoen, ajoen in die hoge klapperboom” ten beste zou gaan geven, het Indische liedje van ginds. Maar dat gebeurde gelukkig niet. Wél zwaaide ze de scepter in de keuken waar, op het oog, een Indische maaltijd werd klaargemaakt. “Eerst de bawang goreng (uien bakken)!”, beval ze.

Maar al gauw ging het in Het koninkrijk inderdaad over hoe de Nederlanders zich in onze voormalige kolonie hadden gedragen in de 200 jaar van haar bestaan, in werkelijkheid waren dat 350 jaar. Ach, soedah (laat maar), het ging nu eindelijk eens over de echte geschiedenis van de kolonie. De vaak verkeerde uitspraken van Indonesische woorden zoals de klemtoon op de verkeerde plaats, bijvoorbeeld Bèrsiap in plaats van Bersíap, heb ik maar geslikt, ofschoon dat woord in Holland toch allang op de juiste manier uitgesproken had moeten worden, zou je denken, want de periode na de uitroeping door Soekarno van de Republiek Indonesië die de beruchte Politionele Acties tot gevolg hadden en de grote stroom Indo vluchtelingen in gang zette.
Maar eerst ging het over de tijd daarvóór, over de oorlogen toen van de Nederlanders tegen de opstandelingen onder leiding van de Javaanse heerser Diponegoro, en nog steeds een nationale held in Indonesië. Er volgden beloftes aan hem van de Nederlanders met hun volgens Indonesiërs, te grote hoofden in verhouding tot hun lijven. Maar aan die beloften hielden de Nederlanders zich niet. De Nederlanders belazerden de boel zoals ze dat altijd al deden. Diponegoro werd vernederd en tenslotte vermoord. Ook aan de Atjeh oorlog werd ruim aandacht besteed. Aan de nationale Indonesische heldin de Atjehse vorstin Tjoet Nja Din bijvoorbeeld. Ze was een geducht tegenstandster van de Nederlanders, maar overleefde die oorlog niet. De Atjeh oorlog duurde, volgens een Indonesische historicus in het programma Het koninkrijk, tot 1942, tot aan de inval van Japan. Dat voorafgaand aan die inval door de Gouverneur van Nederlands-Indië, Tjarda van Starkenborgh Stachouwer in opdracht van de vanwege de inval van de Duitsers van Nederland, in Engeland verblijvende Koningin Wilhelmina, de oorlog aan Japan had verklaard, geen woord. Wel werd letterlijk gezegd dat “de Indische Nederlanders” in de Japanse kampen terechtkwamen. De uitleg aan Bosch van Rosenthal aan het begin van Het koninkrijk, was kennelijk niet volledig genoeg want in de kolonie gold de term “Indische Nederlanders” de Indo-Europeanen. “De Nederlanders en ook een deel van Indische Nederlanders, dus de Indo’s, kwamen in Japanse kampen te zitten”, zou wel terecht zijn geweest. Buiten Java zaten praktisch alle Indische Nederlanders in de z.g. Jappenkampen, maar op Java, waar het grootste deel der Indische Nederlanders zaten, bleven de meeste van hen buiten de Japanse interneringskampen en moesten maar zichzelf in leven zien te houden.
Ach, weet je, toch wel goed dat weer eens aandacht aan de geschiedenis van het voormalige Nederlands-Indië is geschonken. Ook al is dat ook nu weer slechts een héél klein beetje en dus onvolledig en niet zonder fouten.
—————-