Aylan en Indo’s

sep17

AYLAN EN INDO’S EN WILDERS’ GESLOTEN GRENZEN VAN NEDERLAND

Aylan portret
Hartverscheurend het beeld van Aylan, het verdronken jongetje op het strand. De foto van hem heeft een golf van verontwaardiging tot gevolg gehad, maar ook tot een grote behoefte aan het spontaan bieden van hulp aan de vluchtelingen. Maar Geert Wilders van de PVV blijft roepen dat Nederland voor de Nederlanders is en ook moet blijven. Ik heb begrepen dat hij een telg is uit een gezin met roots in het voormalige Nederlands-Indië. Bovendien heeft hij Joods bloed, is mij verteld.

Duitsland heeft geleerd van zijn verleden en is nu een voorbeeld van humaniteit. Fantastisch om te zien en te horen hoe de vluchtelingen al vanaf hun landingsplaatsen in Europa “Wir Wollen Nach Deutschland!” roepen. In Duitsland zelf staan de bewoners massaal klaar om hen van harte te verwelkomen, behalve dan die Duitsers die spijt hebben dat Nazi-Duitsland niet meer bestaat.
Ofschoon er in Holland gelukkig ook zijn die roepen dat de vluchtelingen hier welkom zijn en klaar staan om hen te helpen, zijn er griezelig veel die Wilders en zijn kompanen nablaten en verder de indruk proberen te wekken dat vluchtelingen vooral criminelen zijn. Nederland is voor de Nederlanders! Dóódeng!!!
Op regeringsniveau in Nederland wordt politiek gekissebis over ‘het vraagstuk vluchtelingen’, terwijl ik zou willen zeggen: “Rutte, maar ook jullie, mede ministers en Tweede Kamerleden, hou op met dat gekissebis en roep oorverdovend luid: wees welkom, met hoeveel jullie ook zijn!” Maar Nederland heeft van haar verleden nauwelijks tot niets geleerd, helaas.

Vluchtelingen uit het Midden Oosten nu en vluchtelingen uit Indië toen.
Volgens de ‘moderne antropologie’ zijn Hollanders (Totoks) en Indo-Europeanen (Indo’s) die stammen uit het voormalige Nederlands-Indië en hun kinderen allemaal “Indische Nederlanders”, vanwege hun ‘affiniteit met de voormalige kolonie’. Het zal van de ‘moderne antropologen’ niet de bedoeling zijn geweest om met de benaming “Indische Nederlanders” de niet altijd fraaie koloniale geschiedenis van de Indo’s te verdoezelen, maar dat effect heeft het wel. De term “Indisch” gold en geldt de Indo’s. In de voormalige kolonie zou een Totok zich nooit Indisch hebben genoemd. Het verindischen bij Totoks werd door de Totoks zelf tegen gegaan.

Vele jaren hebben Indo’s, dus Indischen, ginds politiek gebakkeleid voor gelijkstelling met de Hollanders, maar pas in 1916 werd dat wettelijk bevestigd. Wéttelijk ja, maar de praktijk bleef weerbarstig: Indo’s, ondanks hun trouw aan het Nederlandse koningshuis, bleven een minderwaardig soort mensen. Zelfs rond 1940 werd Hollandse (én Indo) officieren nog afgeraden te huwen met een vrouw van Indo afkomst, het zou hun carrière maar schaden werd hen voorgehouden. Trouwde een Indo met een Hollandse vrouw dan werd op die vrouw neergekeken en niet zelden werd ze voor hoer uitgemaakt. Totoks én Indo’s deden dat.

Er waren Indo’s die konden opklimmen tot in de hoogste regionen van het koloniale bewind ginds, waarvan Luitenant-gouverneur Van Mook en de legercommandant Generaal Berenschot de bekendste waren. De laatste stierf bij een vliegtuigongeluk nabij het vliegveld Kemajoran te Batavia, net vóór de Japanners Nederlands-Indië zouden aanvallen als antwoord op de oorlogsverklaring aan hen door de Gouverneur van Nederlands-Indië Tjarda van Starkenborgh Stachouwer die dat deed in opdracht van Koningin Wilhelmina die in Engeland verbleef vanwege de Duitse bezetting van Nederland.

Andere Indo’s hadden leidende posities bij o.m. bedrijven en in de cultures. Maar de meerderheid van de ongeveer acht tot negen miljoen Indo’s leefden in armoede en waren zo een last voor het gouvernement ginds. Waar voorheen Indo’s geen grond mochten bezitten werd toen de oplossing voor dat vraagstuk gevonden door het ter beschikking stellen van gronden waar ze konden boeren. Maar in veel van die vaak moerassige gebieden heerste o.m. Malaria en kwamen die boeren vaak niet verder dan enkele steken in de grond. Een andere oplossing werd gezocht in het grotendeels nog onontgonnen Nieuw-Guinea. Dat gebeurde al ver vóór de oorlog met Japan: Nieuw-Guinea als “thuisland” voor de Indo’s. Inderdaad gingen er kleine groepen Indo’s heen. Maar een succes werd die maatregel ook niet.
Er wordt wel gezegd dat veel van de Indo’s, na de dramatisch slecht afgelopen Politionele Acties van Nederland tegen de door Soekarno en zijn medestanders, na de capitulatie van Japan uitgeroepen Republiek Indonesia, niet onder dat regime wensten te leven. Wat níet wordt vermeld is dat Indo’s, afgezien van de velen die al ver daarvoor in de Indonesische samenleving waren opgenomen en al langer mede-Indonesiërs (mede-Inlanders) waren geworden, juist naar Hólland wilden “terugkeren”.
Het moet in Holland toch zijn opgevallen dat Indo’s in Holland aan elkaar vragen: “Wanneer ben jij naar hier teruggekeerd“?
Waren ze hier ook welkom?

Illustratie: de op een Haagse kademuur gekalkte tekst

Indo's ga weg!

De Nederlandse regering van destijds zag al die Indo’s niet graag naar Holland komen waarom bij de overdracht in 1949 de kolonie Nederlands-Indië aan de Republiek Indonesia, Nieuw-Guinea werd uitgezonderd. Deels vanwege de grondstoffen daar maar zeker ook om dat land definitief te bestemmen als thuisland voor de Indo’s.

Direct na de overgave van Japan werd door Soekarno op 17 augustus 1945 de Republiek Indonesië uitgeroepen. Al spoedig daarna gingen vooral Pemoeda’s (Indonesische jongeren) met uit Japanse kazernes geroofde wapen, bamboesperen, goloks (kapmessen) achter weerloze Chinezen en Indo’s aan om ze gruwelijk te vermoorden. De Chinese tokohouder bij ons op de hoek in de wijk Kemajoran waar we toen woonden, zijn vrouw en dochter, werden op een dag in hun put gevonden, compleet in stukken gehakt.
De Totoks en Indo’s in de Japanse kampen werden, in opdracht van de geallieerden, dan nog door hun ex-bewakers beschermd. Maar daarbuiten was men, waaronder vrouwen en kinderen van Indo-afkomst, onbeschermd. Soekarno liet beschermde kampen voor hen inrichten bewaakt door Indonesiërs. Deze z.g. Bersiapkampen waren niet voldoende voor alle Indo’s waarom velen probeerden te vluchten naar door geallieerden beschermde plekken zoals een school in het centrum van het toenmalige Batavia waar mijn moeder en haar zeven kinderen samen met nog andere gezinnen werden ondergebracht, in één van de klaslokalen. Veel Indo’s ontkwamen echter niet aan de slachtingen. Ook de school waar wij zaten, het AMS-gebouw, ontkwam niet aan aanvallen van Indonesische groepen, maar de in het wilde weg over de muren van het AMS-gebouw geschoten kogels troffen gelukkig geen doel. Je bleef daarom waar je zat, want als je het AMS-gebouw verliet, om een klein ommetje te maken, liep je grote kans afgeslacht te worden. Ook de Bersiapkampen ontkwamen niet aan de aanvallen van fanatieke jongeren. En soms hadden die wel succes.
De Japanners intussen hielden zich zoveel als mogelijk aan de opdracht van de geallieerden om de status quo te handhaven. Hier en daar voerden ze zelfs rechtstreeks oorlog tegen de Pemoeda’s. De stromen vluchtenden hielden aan, vooral uit de z.g. buitengewesten, waar ze door geallieerden, KNIL-militairen en militairen uit Holland in legervrachtwagens naar veilig gebied werden gebracht.

Steeds bij reportages over vluchtelingen zoals de recente over o.m. Syrische vluchtelingen, en hun bejegeningen door lui als Wilders, denk ik automatisch ook aan al die vluchtende Indo’s van toen. Vele van die vluchtelingen, wilden na de overdracht van het voormalige Nederlands-Indië aan de Indonesiërs, maar één ding: zo gauw mogelijk naar hun vaderland, dus Nederland, ‘terugkeren’. Maar dat was buiten de waard gerekend. Nederland zag ze niet graag komen en ze werden gedwongen om Warga Negara (Indonesisch Staatsburger) te worden. Vanaf 1916 Néderlanders nota bene en ook gelijkgesteld aan de Nederlanders. Maar men zag die ‘bruintjes’ niet graag naar Nederland komen, want volgens Totoks heel vaak ‘te oosters’ bevonden en dus werd destijds de Commissie Werner naar Indonesië gestuurd om ze af te keuren, gemeten naar maatstaven en met het gebruik van terminologieën die volgens Dr. Drees, destijds Minister President, deden denken ‘ aan die in Nazi Duitsland in zwang waren’.
Het wantrouwen van de zijde van de Indonesiërs vanwege hun trouw aan Nederland ten spijt en bijgevolg mogelijke repercussies ten opzichte van hen.
Niet voor alle Indo’s gingen vanwege Commissie Werner’s maatstaven etcetera de Nederlandse grenzen toen dicht. Maar zij die wel naar Holland mochten werden wel gedwongen geschoold in de Hollandse gebruiken. Bijvoorbeeld werd er door hulpverleners op toegezien dat men geen rijst at, maar aardappelen. Bovendien werd ze afgeleerd aardappels en fruit naar zich toe te schillen in plaats van zich af. Eén van die hulpverleensters rapporteerde destijds schriftelijk dat de aanpassing van Indo families redelijk goed ging ‘maar’ zo schreef zij ook ‘ik kan niet voorkomen dat men toch stiekem rijst eet.’

Net als de vluchtelingen van nu stonden veel Indo’s toen ook gedwongen voor loketten bemand door teams beoordelaars om gescreend te worden alvorens toegelaten te worden of niet. De Indo’s werd een vervolg van hun leven in Nederland onthouden en veroordeeld tot het Warga Negaraschap. Maar ze hadden er al spoedig spijt van, waarom Nederland later werd geconfronteerd met vele scheepsladingen “Spijtoptanten” binnen haar grenzen.
Voor Wilders en de zijnen is het oplossen van ‘het probleem vluchtelingen’ nú het sluiten van de grenzen van Nederland. Geen man met frisse ideeën, die Wilders.
Dane Beerling 2015

———————

NOODKREET
Wilders roept “alle Nederlanders” op om de straat op te gaan en daar te protesteren tegen het vluchtelingenbeleid van deze regering die bezig is in Nederland een “tzunamie van Islamieten” te veroorzaken. Wat voor soort demonstratie wil Wilders, en welke demonstraties in enkele Europese landen heeft hij voor ogen? De antivluchtelingen demonstraties in Griekenland wellicht? Naast de vele duizenden Griekse vrijwilligers met een groot hart die voedsel, drinken en slaapplaatsen organiseren en kleding voor de vluchtelingen die daar zijn gestrand, zijn er ook lui die kennelijk met verlangen terugdenken aan het generaalsregime in hun land, gezien hun demonstraties tégen de vluchtelingen met vlaggen met hakenkruizen daarop. Tijdens dat generaalsregime werden heel veel van de Grieken, van het “eigen volk” dus, gemaltraiteerd en vermoord.
Alleen door het bewust verdoezelen van de geschiedenis, of domweg door gebrek aan kennis daarvan, komt men ertoe die vlaggen mee te dragen. Vlaggen van een regime dat eens, onder leiding van ene Adolf Hitler, een groot deel van Europa onder de voet liep, bezette en mensen die niet tot het Arische ras behoorden, in hun ogen “
untermenschen”, vermoordde doormiddel van vergassing en anderszins executeren van ze en het hun baby’s tegen muren doodslaan. Wilders zal zeggen dat hij dergelijke demonstraties níet bedoelt, en ik neig ertoe hem te geloven. Maar dat ie gevaarlijk bezig is moeten hij en zijn volgelingen toch inmiddels wel beseffen. De hoeveelheid van die vlaggen met hakenkruizen duiden erop dat ze fabrieksmatig zijn gemaakt en daarom moet er een flinke hoeveelheid van gemaakt zijn om rendabel te kunnen zijn. Er zijn dus klanten genoeg en niet alleen in Griekenland, want die enge dingen zien we ook bij antivluchtelingen demonstraties in Europese landen elders.
Dankzij de flinke hoeveelheid haarcrème hangt jouw lange blond geverfde haar niet voor je ogen, Wilders, en zie jij die vlaggen ook, moet ik aannemen. Die demonstranten met hun hakenkruisvlaggen staan heel veraf van de mede door jou en anderen opgehemelde Joods-christelijke waarden en normen en zijn dus verre van vredelievend en dus ook niet ten opzichte van de vluchtelingen.

Dane Beerling 2015