DEMOCRATIE
okt30
DEMOCRATIE
als ‘t water stijgt
‘t wezen redeloos maakt en
‘t gevoel geeft te zullen stikken in
andermans onzuiverheid,
even giftig als het zwartste zwart,
waardoor ook ‘t allerkleinste zoeken zal
naar een schuilplaats dicht bij God
en desondanks die vluchtweg afgesloten vindt
dat dan de mens zich gordt voor strijd
om ‘t behoud van d’ eigen grond
en ik, o lief, het wel heb, en gelukkig kind
in ‘t warme huis op ‘t groen van dit
tolerante en gastvrij land
als dijken tot slot
– en na moeizaam werken –
het water de bochten geeft en maakt
dat zo de stroom het land tot vorm dwingt
en waarop de bouwer staat, breeduit
‘t massieve lijf in somber zwart en grijs,
met in ‘t oog het blauw der lucht als staal,
de apologeet die zich uitverkoren weet
– en in ‘t geloof dat d’ opdracht van
de Gode komt en ‘t dus is welgedaan –
vervult ook mijn hart zich met trots
en stroomt door d’ aderen het warme rood
gelijk ‘t goede water
maar is ‘t gespuis,
dat stinkt en met golven komt
– dreigende donker! –
dat graaft, wroet in ‘t geschenk van eeuwen her
– geprezen zijt Gij! –
daaraan knaagt en daarin bressen slaat en
met wrede bijl de wortel snijdt en ‘t
zuiv’re bloed: de stroom die rijkdom bracht en
– op vreemde kust –
‘t machtig’ bulderen der kanonnen en van
mensen slaven, koopwaar, maakte,
of gelijk aan Hem,
de stroom die ‘t ginds stormen liet
gelijk ‘t Godsgericht,
is ‘t gespuis dat ‘t zuiv’re bloed besmeurt,
verziekt, vermengt met drek,
en uit de rijkgevulde ruiven ‘steelt’?
lieve Heer ik weet ‘t niet
en ook dat ik voor de poort’
de onzalige horden laat
– Het Is Goed –
en zo nog slechts ‘t skelet laat zien
van ‘t Grieks geschenk.
©Dane Beerling 1999, uit de bundel Het was warm in Tjimahi toen de foto werd gemaakt, uitgegeven in 1999 door uitgeverij Benteng Beruang, Haarlem.

